Het homohuwelijk en de kerk

Dit stuk gaat over een gevoelig onderwerp. Het zegenen in de kerk van relaties van liefde en trouw, anders dan die van man en vrouw. Of, zoals dat ook wel genoemd wordt: het homohuwelijk. De kerkorde van de Protestantse Kerk biedt daar ruimte toe, maar elke gemeente moet daar zelf zijn eigen keuze in maken. Dat wil zeggen: de kerkenraad van elke gemeente, ‘gehoord hebbende de gemeente’. Dit stuk is geschreven ter voorbereiding van een gemeenteavond over dit onderwerp in mijn gemeente. Vervolgens heeft de kerkenraad positief besloten. Misschien kunnen ook andere gemeentes met dit artikel hun voordeel doen.

Over homoseksualiteit is door de jaren heen al veel gezegd en geschreven, vele jaren lang. Het is een gevoelig onderwerp met diverse aspecten. Zo is daar sowieso al het punt dat wie ‘gewoon’ heteroseksueel is, zich niet of moeilijk kan voorstellen dat dat voor andere mensen anders kunnen zijn. Dit werpt een emotionele barrière op, vaak onbesproken, maar in de diepte van het bewustzijn voorzien van een behoorlijke kracht. Op zijn sterkst komt dit gevoel naar voren in de vorm van wat walging mag worden genoemd. Die versterkt is door de onverholen negativiteit, waarmee vaak gesproken is over ‘van de verkeerde kant zijn’. Het woord ‘homo’ functioneert nog tot op de dag van vandaag als scheldwoord op scholen.

Als we in de kerk over dit onderwerp denken en spreken, dan telt daarbij onze traditie zwaar. En, dat is duidelijk, homoseksualiteit is altijd gezien als zonde. ‘Man en vrouw’ heeft God de mens geschapen, en niet ‘man en man’ of ‘vrouw en vrouw’. In de kerk baseren we ons op de bijbel. Weliswaar realiseren we ons dat deze is ontstaan op een bepaalde plaats in een bepaalde tijd, en dat niet alles wat erin staat zonder meer kan worden toegepast op onze tijd. Maar daarop baseren we ons, en in geval van twijfel vinden we een toetssteen in de grote rode draad, die de bijbel kent: de liefde. Met de woorden ‘heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf’ heeft Jezus de wet en de profeten samengevat. Verder onderscheiden we tussen hoofd- en bijzaken. Zo nemen we, in elk geval in onze kring, Paulus’ woord over het ‘hoofddeksel der vrouw’ voor kennisgeving aan, en doen daar niets mee. En als het gaat om een ander woord van deze grote apostel, ‘vrouwen, weest uw man onderdanig’, daarbij behouden wij ons het recht voor daar op een eigentijdse manier tegenaan te kijken.

Want, inderdaad, wij leven in een geheel andere tijd. Niet alleen ten opzichte van de tijd van de bijbel, trouwens. Onze wereld is ook ten opzichte van bijvoorbeeld de tijd van Kuyper geweldig veranderd. En ten opzichte van de wereld van pak ‘m beet 1980 ook. Buiten en binnen de kerk. Neem het samenwonen van ongehuwden. Zo lang is dat nog niet geleden dat dit in de ogen van velen beslist niet kon. Nu weet ik zo al uit mijn hoofd een heel aantal ongehuwd samenwonende predikanten! En waar met name veel oude mensen moeite hebben of hadden met ‘hokken’, moeten velen van hen vaststellen dat hun eigen kleinkinderen op deze wijze samenleven… en dat die het als partners gewoon goed hebben met elkaar. Dat samenwonenden in elk geval niet speciaal vaker uit elkaar gaan dan gehuwden. Want inderdaad, dat is wel moeilijk, er loopt meer dan vroeger bepaald wel eens een liefdesrelatie op de klippen.

Maar nu, homoseksualiteit. Seksualiteit is op zichzelf al een beladen onderwerp. En dan homoseksualiteit. Is de bijbel daarover niet bijzonder duidelijk? En kun je dat afdoen met ‘tijd- en plaatsgebonden’? Of ben je in directe zin ongehoorzaam aan de wil van God als je de afkeuring daarvan laat varen? En wel helemaal als je daarvoor ook nog in de kerk Gods zegen gaat vragen. Waarbij wat we in zo’n geval doen bovendien nog een graadje steviger is. Want vragen om een zegen, dat kan ook gewoon een gebed zijn. Maar als we het hebben over een trouwdienst, dan hebben we het over het zegenend opleggen van de handen door de dienaar van het Woord, met het uitspreken van een zegenspreuk. Kan dat?

Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar de bijbel. Om welke teksten gaat het. Ik noemde hiervoor het woord uit Genesis ‘man en vrouw schiep Hij hen’, maar voor een afkeuring is die tekst onvoldoende. Over andere relaties dan man en vrouw wordt in het scheppingsverhaal niet gesproken. Wel zie je ook hierin weerspiegeld een stuk verdriet van mensen, die waar het de liefde aangaat gericht zijn op eigen geslacht. Want de schepping vindt voortgang in nageslacht dat verwekt en geboren wordt. En dat is iets dat, via de natuurlijke weg, aan homoseksuele stellen niet gegeven is.

Waar het gaat om bijbelse afkeuring van homoseksualiteit worden altijd minstens twee teksten genoemd, eventueel aangevuld met nog een paar. Ik zal degenen waar het om gaat hier de revue laten passeren.

De eerste is Genesis 19:1-29, over Sodom. Een verschrikkelijk verhaal. Lot, de neef van Abraham, die daar als vreemdeling woont, ontvangt twee mannen, die in werkelijkheid engelen zijn. ‘s Avonds lopen ‘alle mannen van Sodom (…) jong en oud, niemand uitgezonderd’ bij het huis van Lot te hoop, want ze willen die mannen. ‘Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’ Het is een verschrikkelijk verhaal ook hierom, dat Lot hen dan zijn dochters aanbiedt, om zijn gasten te beschermen: ‘Doe met hen wat jullie willen, maar laat die mannen met rust!’ De afloop van het verhaal is dat de engelen ervoor zorgen dat de mannen van Sodom met blindheid geslagen worden, en Lot en zijn familie vluchten; de stad wordt verwoest. Waar gaat dit over? Over een voorgenomen groepsverkrachting van homoseksuele aard. Over liefde en trouw gaat dit allerminst. Dit betekent ook dat het woord ‘sodomie’, als de bijbelse bron recht gedaan wordt, hoogstens gebruikt kan worden voor verkrachting van homoseksuele aard.

De tweede is een tekst die in twee versies is opgenomen in het boek Leviticus. In 18:22 staat ‘Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk’, en in 20:13 ‘Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten’. Deze noem ik samen met een tekst van Paulus, die we vinden in Romeinen 1:26-27, “De vrouwen hebben de natuurlijk omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald”. Dit zijn in feite de enige teksten die gaan over homoseksualiteit zelf. Ik parkeer ze even, en kom er verderop op terug.

Dan is er Rechters (Richteren) 19:1-30. Dat is een ronduit walgelijk verhaal, dat wel wat zegt over wat er kennelijk kon gebeuren in die oude tijden. Het lijkt op het verhaal van Sodom. Een man haalt zijn vrouw op, die bij hem weggelopen is, en ver weg bij haar vader zit. De weg terug naar huis vangt hij zo laat aan, dat zij onderweg ergens moeten overnachten. De stad Jebus laat hij links liggen. Dat durft hij niet aan, want dat is ‘een stad vol vreemden’. Hij gaat iets langer door tot Gibea, behorend tot een stam van zijn eigen volk: Benjamin. Echter: niemand biedt hen onderdak (zonde tegen de plicht van gastvrijheid). Tot er een oude man is, die zegt: ‘blijf in geen geval op het plein in de nacht’, en hen bij hem in huis welkom heet. Dan echter lopen de mannen van de stad te hoop bij de oude man en eisen zijn gast op: ‘We willen hem nemen!’ Ook deze man biedt net als Lot zijn nog maagdelijke dochter aan de mannen aan, opdat zijn gast gespaard zal blijven. De mannen gaan hier echter niet op in. Dan duwt de gast zelf zijn vrouw naar buiten, die vervolgens de hele nacht verkracht wordt. De volgende morgen, als de man verder wil reizen, zegt hij doodleuk tegen zijn vrouw, die voor de deur blijkt te liggen ‘met haar handen uitgestrekt naar de drempel’: ‘Sta op, we gaan vertrekken’. Ze blijkt te zijn overleden. Ik schrijf dit met tranen in mijn ogen. Het is over dit soort verhalen, dat we het hier hebben! Pure nietsontziende barbarij! En in feite geldt dat voor de teksten uit Leviticus en Romeinen ook. Lees maar eens in wat voor een context die staan. Met liefde en trouw heeft dat alles niets te maken.

Maar eerst nog Paulus in 1 Korintiërs 6:9-10. De kern hieruit: ‘ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders, dieven noch geldwolven, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het Koninkrijk van God’. Voor zover dit over homoseksualiteit zou kunnen gaan, is dit bij ‘ontuchtplegers’, waarbij weliswaar niet is aangegeven wat hier onder ontucht wordt verstaan, en met name ‘schandknapen en knapenschenders’, waarbij gedacht moet worden aan homoseksuele pedofilie, vermoedelijk in een setting van tempelprostitutie. Opnieuw: met liefde en trouw heeft dit alles niks te maken.

Tenslotte 1 Timoteüs 1:3-11, maar daar noemt Paulus zo ongeveer hetzelfde rijtje als in de hierboven genoemde tekst, en dat voegt dus niks toe.

Blijven dus Leviticus en Romeinen. Om met de recentste, die van Paulus, te beginnen: leest u het hele stuk eromheen ook (Rom.1:19-32) dan ziet u dat Paulus hier schrijft over een groep mensen, waar hij om tal van redenen grote afkeer van heeft. Ze kennen God, maar danken Hem niet. Ze zijn dwaas, hoewel ze daar zelf anders over denken. Ze aanbidden het vergankelijke in plaats van de onvergankelijke God. Daarom heeft God hen overgeleverd aan zedeloosheid, waarmee ze hun lichaam onteren. Ze bedrijven de liefde op homoseksuele wijze. Ze zijn onrechtvaardig en boosaardig, hebzuchtig en slecht; door en door afgunstig, moordzuchtig en twistziek, doortrapt en kwaadaardig. Ze roddelen en spreken kwaad, haten God, zijn hoogmoedig, trots en verwaand. Vindingrijk in het kwaad, ontzag voor hun ouders tonen ze niet, ze zijn kortzichtig en trouweloos, zonder liefde en onbarmhartig. Andere mensen moedigen ze aan hetzelfde te doen.

Bent u er nog? Het is best mogelijk hierbij ook voor deze tijd associaties te hebben met mensen die in den lijve rondlopen, maar kun je op grond van deze tekst zeggen dat God homoseksualiteit afkeurt? Dit gaat toch over een meest grove en nietsontziende vorm van heidendom? Inderdaad, Paulus noemt ook man-man en vrouw-vrouw tamelijk expliciet, maar hier is veel meer aan de hand. Dit gaat hier over mensen die er op alle terreinen van het leven een totale janboel van maken!

Blijft Leviticus. Dat is letterlijk de enige tekst die blijft. In Leviticus 18 wordt op het gebied van de seksualiteit een heleboel verboden. In de verzen 6-18 worden dertien vormen van incest verboden. Vanaf vers 19 worden verboden: gemeenschap met een vrouw tijdens haar menstruatie; gemeenschap met de vrouw van een ander; het is verboden een van je kinderen te wijden aan Moloch; een man mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw; de geslachtsdaad mag niet worden verricht met een dier – dat alles maakt onrein.

Wat hierbij opvalt is het kinderoffer aan Moloch ineens, dat er voor ons idee als een vreemd element tussen staat. Toch lijkt juist dit zoveel te zeggen over de context van het geheel, opnieuw: het pure heidendom met in dit geval kinderoffers zelfs!

Is het niet inderdaad indrukwekkend wat je krijgt als je de verschillende teksten nauwkeurig gaat bekijken? En gaat het daarbij niet over iets onvergelijkbaar anders dan waar wij het over hebben als twee mensen van hetzelfde geslacht een zo grote liefde voor elkaar hebben opgevat, dat ze samen door het leven willen gaan voortaan, en wel het liefst met de zegen van de Allerhoogste?

Ik wil u ook graag wijzen op een serie uitstekende artikelen die dr G.W. Marchal in de jaren 2002-2003 heeft geschreven in het blad ‘Confessioneel’ van de Confessionele vereniging, te vinden op dit adres: http://www.conf.nl/confessioneel5/071102.htm. Ze zijn getiteld ‘Verbintenis en zegen’ 1 t/m 4. Met name het derde en het vierde artikel raad ik u aan. Waar het gaat om de vraag ‘hoe leggen wij oude teksten uit en hoe passen wij ze toe op onze tijd?’, stelt hij de vraag: “Is het ook niet een vrucht van de Heilige Geest dat er bepaalde ontwikkelingen zijn die een heilzame betekenis hebben en die ons uitdagen om het Woord van God in onze situatie opnieuw te verwoorden?” Dan haalt hij een studie aan uit de kring van de Gereformeerde Bond, getiteld ‘Homoseksualiteit en kerk’, waarin ds A. Kool schrijft: “De Here God openbaart zich niet direct aan alle volken in alle tijden en culturen in een soort Esperanto, een wereldtaal. Nee, Hij gaat verkiezend te werk. Er is een bepaald volk waaraan Hij Zijn woorden toevertrouwd heeft: Israël. Hij spreekt in de taal en de begrippen van dat volk, in een bepaalde tijd en cultuur. Het Woord Gods is geadresseerd en gedateerd. Als het anders was zou de bijbel geheimtaal spreken die gedecodeerd moest worden. Maar er zit voortgang in de geschiedenis. Niet alleen in de heilsgeschiedenis maar ook in de wereldgeschiedenis. De dingen veranderen. Er ontstaan nieuwe begrippen.”

Zelf heb ik dit in een preek eens aldus onder woorden gebracht: wil God verstaan worden, dan moet Hij spreken in de taal van de tijd waarin Hij spreekt. Als God tot Abraham gesproken had op een manier die wij, 21ste-eeuwers moeiteloos kunnen begrijpen, dan zou Abraham zelf er niets mee hebben gekund. Dat doet ertoe, want onze situatie is inderdaad een geheel andere.

Wij willen dus met elkaar in gesprek gaan hierover. In gesprek. Dr. Marchal schrijft ook over dit gesprek goede dingen. Het gevaar ligt op de loer, dat er een debat ontstaat in plaats van een gesprek. Ik citeer: “In een debat nemen mensen stellingen in, verschansen zij zichzelf in een bastion, van waaruit zij elkaar bestoken met argumenten, in de hoop dat de ander uiteindelijk het loodje legt. Er wordt alleen schijnbaar naar elkaar geluisterd en met elkaar gesproken. In werkelijkheid is er telkens een gevechtspauze om opnieuw tot de aanval over te gaan. Het is, naar mijn besef een heilloos avontuur, waarin mensen slijten aan elkaar en elkaar verwonden. In een gesprek proberen we over en weer ons te verplaatsen in de gedachtewereld van de ander, hem of haar van binnen uit te verstaan. Vervolgens gaan we weer terug naar ons eigen plekje. Misschien blijven we dezelfde overtuiging toegedaan, maar intussen is er wel iets gebeurd: we hebben ons laten storen door de ander; zijn/haar gedachten zijn ons niet vreemd meer maar laten we meetellen in onze eigen overwegingen.”

Nog enkele citaten van Marchal wil ik u meegeven. “Wanneer dit onderwerp ter sprake komt, is het van doorslaggevend belang dat we er een gezicht bij zien. Het gaat immers niet om abstracte kwesties, maar om levende mensen. Een eerste vraag zou kunnen zijn: heeft u in uw naaste omgeving ooit contact (gehad) met iemand die op deze wijze in het leven staat en gaat? Zo dit niet het geval is, zou men – om alles heel dichtbij te brengen – zich kunnen indenken: stel dat mijn zoon of dochter homoseksueel of lesbisch is, wat zou ik dan als ouder doen?” En dan stelt hij zich voor, dat zo’n gesprek zich in deze richting ontwikkelt, dat er onderscheid wordt gemaakt tussen aard en praktijk: een mens kan zijn gevoelens hebben, daar kan hij niets aan doen, dat kunnen wij accepteren, maar wat doet hij ermee? Dan citeert Marchal opnieuw Gereformeerde Bonds-dominee (inderdaad, dat schrijf ik er graag bij!) A. Kool: “op deze wijze maakt men van de homofiel een gespleten en verward mens. Waar ligt de grens tussen aard en gedrag? Het moet te denken geven dat dit onderscheid op geen enkel ander terrein in de christelijke ethiek, bij geen enkel ander gebod of verbod wordt toegepast”. En over de vraag naar de toepassing van de beschreven bijbelteksten haalt Marchal bij Kool deze woorden vandaan: “’1. Of men zal de homofilie categorisch moeten afwijzen als zonde, of eventueel als een ziekte met destructieve neigingen, een ziekte die de naaste kwaad doet, zoals bijvoorbeeld pyromanie. Wat dan overblijft is de radicale eis tot bekering en/of de oproep om zich te laten genezen. (…) 2. Of men zal op goede gronden de homofiele mens als zodanig accepteren met althans de mogelijkheid dat hij of zij zich een partner kiest. Een tussenweg is er niet.”

Zelf zou ik de vraag waar wij voor staan beantwoorden met deze nieuwe vraag: Als de kerk een taak heeft in het komen van Gods zegen tot mensen die ervoor kiezen samen een relatie van liefde en trouw aan te gaan, mag de kerk dan weigeren deze taak op zich te nemen als het hierbij gaat om mensen van gelijk geslacht? Wat dichten wij onszelf als kerk in zo’n geval wel niet toe? Daarbij is belangrijk dat we bedenken dat de belangrijkste zegenspreuken gesteld zijn in de aanvoegende wijs. Dus: ‘De HERE zegene en behoede u…’, en dat is wat anders dan ‘zegent’. Het betekent: ‘Moge de HERE u zegenen en behoeden’. Het is, met handoplegging, een gebed! Zo ook bij deze ‘De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u..’. En met de woorden die gesproken worden bij de zegen voor een paar is het niet anders.

Tenslotte. Het kan zijn dat niet iedere lidmaat van onze gemeente dit verhaal van harte kan volgen. Jammer op zich als dat zo is, maar in principe hoeft dat ook niet. We zijn een plurale gemeente. Dat betekent dat (voor mijn tijd al) u als gemeente ervoor gekozen hebt om principieel ruimte te bieden aan elkaar, ook waar u onderling in uw geloofsbeleving en -inhoud op bepaalde punten soms behoorlijk verschillen kunt. Ik hoop vurig dat het gesprek dat wij met elkaar zullen voeren een dergelijke sfeer zal ademen: van ruimte voor elkaar, van luisteren naar elkaar, van respect voor elkaar, over en weer. Dat hoop ik niet alleen, daar bid ik ook om.

22 gedachten over “Het homohuwelijk en de kerk”

  1. Beste dominee,

    zoals ik het lees, bestaat er binnen de ‘plurale’ kerk, nog een kerk, dwz, diegenen die niet van harte deze dingen onderschrijven. Dit lijkt me verre van bijbels. Hoe kan je evangeliserend bezig zijn naar buiten, terwijl er van binnen verdeeldheid heerst.

    Zelf ben ik om deze reden uit de PKN gestapt, omdat er meerdere dingen zijn, die ik nergens in de bijbel kan terugvinden. Laten we waken voor het makkelijk verklaren van woorden, en het erbij verzinnen, gelijk de Farizeen.

    Met vriendelijke groet,

    GJB

  2. Beste Jan Visser,

    wellicht dom uitgedrukt van mij, maar hoop dat je begrijpt wat ik bedoel te zeggen. Een hoop woorden zijn nog steeds geen oplossing namelijk. En ik lees de bijbel graag in zijn letterlijke vorm. Dat wil zeggen dat ik nergens terug kan vinden dat dit bijbels gegrond zou zijn. Ik ken persoonlijk iemand, die dit overkomen is zoals je zegt, en die levert hier dagelijks strijd mee.

    Groet,

    GJB

  3. Homosexuele mensen zijn ook mensen.
    Ook homosexuele mensen kunnen lief hebben, ook homosexuele mensen kunnen geloven en bidden.
    Ik ken zelfs homosexuele dominee’s. En zij zijn even goede dominee’s als heterosexuele dominee’s.
    Laten we het oordeel maar aan God overlaten en zelf niet gaan oordelen wat goed is en wat niet.

  4. Beste menneer de boer, ik zag u op televisie en wil u vragen om de Bijbel 1 cor 6:14-18 te lezen.
    (Het gezag hebbende Woord van onze Schepper).

    Wij hebben niet te strijden tegen mensen en te oordelen, dat doet God wel als wij voor Zijn Troon moeten verschijnen. Onze strijdt is tegen de duistere machten van Satan en zijn aanhangers. Vroeger in de tijd van de bijbel of nu maakt geen verschil. Wij moeten Gods schepselen lief hebben, alleen het duistere niet! Dat God zelf u zal ingeven wat juist is of niet. De Here Zegene u,

    Daniel

    =======================

    Antwoord: beste Daniël, als je mijn artikel goed leest, zie je dat ik de in dit verband relevante bijbelgedeelten besproken heb.

  5. Zo als je weet heb ik een zoon die homofiel is .
    Wij hebben daar geen moeite mee .
    En wat iedereen ook zegt en schrijft in negatieve zin dat moet iedereen maar zelf weten .
    Vanaf zijn 18e jaar heeft hij een vaste relatie , hij is nu 53 jaar .
    Hij is zo geschapen , het is voor hem geen vrije keus . Ik weet zeker , God zal hem niet veroordelen , en waarom doen mensen dat dan wel ?
    Zij beleven de liefde zo als hun dat is gegeven .
    En ook dat is hun goed recht.
    En als zij dingen doen die verkeerd zijn ?
    Ach , wie zonder zonden is werpe de eerste steen , ook dat staat in de bijbel .

  6. Beste Jordy,

    In jou reaktie schrijf je wat ik ook altijd roep. Het oordel is aan God, niet aan de mens! Dit staat ook in de Bijbel. God is de enige die het oordeel over de individuele mens mag doen. Alleen Hij mag oordelen en veroordelen.

    Maar wat mij opvalt is dat de mensen over de hele wereld denken uit naam van God te mogen oordelen en veroordelen.

    En die vergeten dat er ook in de Bijbel staat dat dit God dit soort gedrag niet wil… tja. Ik heb hier mijn bedenkingen ook verder over. Maar ja.. dat is dan aan God om hen te beoordelen en veroordelen op goed mensenlijk gedrag…

  7. Ergens in 2001 heeft de top van de PKN dit soort praktijken in de kerk mogelijk gemaakt. Gelukkig is het in onze (PKN-)gemeente nog niet aan de orde. ocht het ooit zover komen dan pak ik m’n biezen en naar ik vermoed ik niet alleen. Ik stap dan meteen uit de PKN, een verband waarin ik me nooit heb thuis gevoeld. De versnelde leegloop van de PKN heeft men aan zichzelf te danken: dat progressieve tegen-de klippen-op stuit zeer velen tegen de borst.

  8. beste mensen
    Luther zei al dat iemand het niet kan helpen dat een vogel over zijn hoofd vliegt, maar wel dat hij een nest bouwt in zijn haar…
    niemand kan er iets aan doen dat hij/zij homofiele gevoelens heeft
    alleen bij het praktiseren hiervan kun je vragen bedenken
    het lastige is dat ik niemand wil veroordelen, maar volgens de bijbel blijft het een “gruwel”
    ik accepteer iedere homofiel als mijn naaste en broeder
    het gaat mij te ver om een zegen te vragen over iets wat in mijn beleving op grond van de bijbel niet is goed te keuren.

    met vriendelijke groet,
    Johan van der Lei

  9. Vanochtend vroeg las ik weer het artikel over de homoseksuele mens en zijn wensen , n.l. , om als zij dat wensen een huwelijk mogen sluiten in de kerk met de zegen van God .
    Nu heb ik daar niets op tegen , maar in dat zelfde artikel wordt gezegd dat er in deze tijd , de tijd waarin we nu leven velen gelukkig zijn zonder huwelijk , dat zelfs deze relaties stabieler zouden zijn .
    Er wordt zelfs verteld over samenwonende dominees .
    Zelf heb ik een homofiele zoon , hij heeft vanaf zijn 18e jaar een vaste relatie , beiden zijn nu achter in de vijftig .
    God heeft de mens geschapen , maar er leven heel veel onvolmaakt geschapen mensen , xo ook de homofiele mens .Wij mogen niet oordelen als zij hun liefde en seksualiteit alleen maar kunnen uiten bij iemand van het eigen geslacht .
    Gun hun dat geluk , zij moeten al zoveel ontberen door hun geaardheid .
    In de media vernemen wij dagelijks hoeveel misstanden er zijn door heteroseksuelen begaan .

  10. Adam , onze biologische aartsvader, zei: daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen een vlees zijn.

    Jezus herhaalde deze ordening.
    Geeft dat niet genoegzaam aan wat God’s wil is?
    Dan staat er verder voor kinderen God’s want het oude testament is tussen God en Israel, en het nieuwe verbond is tussen God en Israel en allen die God ertoe roepen zal:
    bent gij niet aan een vrouw verbonden, zoek geen vrouw, bent gij verbonden aan een vrowu zoekt geen scheiding en:
    Het is beter te trouwen dan van begeerte te branden.
    Dat spreekt ook over de ordening man en vrouw
    Dus elke homofiele man, met sexuele begeertes, die hij niet kan bedwingen, wordt aangeraden met een vrouw te trouwen, zodat zij hem daarvan kan verlossen. Het zal voor een homosexuele man , in deze sexueel overspannen wereld, niet zijn wat hem het prettigst voorkomt, maar hij zal niet meer branden van begeerten, zodat hij datgene kan doen waar hij voor geroepen is: zijn kruis opnemen, zichzelf verloochenen, en achter Jezus aan te gaan. En zal hij vele heterosexuelen voorgaan, die een werelds leven leiden

  11. Hallo,

    Volgens jou, Eric, zegt Jezus en daarmee ook God dat het homohuwelijk verkeerd is. Daarom zouden homoseksuele mannen met een vrouw moeten trouwen, zodat die hem van zijn seksuele begeertes zou kunnen verlossen?
    Wat jij nu zegt zou gewoon een regelrechte marteling zijn. Als jij homo zou zijn geweest, was getrouwd met een vrouw om wat in de bijbel staat en je hebt altijd begeerten jegens andere mannen? Hoe zou jij je voelen? Het zou verschrikkelijk zijn.

    Zoals Jelle al schreef, het is niet aan de mens om te oordelen, maar aan God! Als jij gevoelens hebt voor een christelijke, homoseksuele, man, en dit blijkt van twee kanten te komen, en je trouwt met deze man, terwijl je God blijft eren en het evangelie blijft verspreiden, wat zou God dan denken? Zou Hij denken dat jij alles verkeerd doet? Zou hij je veroordelen op je homoseksualiteit? Zo heeft Hij ons geschapen.. Waarom zou hij dat doen als Hij ook niet wist dat we het goede zouden doen?

    Verder vind ik het ronduit zielig dat er mensen zijn die uit de PKN stappen omdat er een standpunt word veranderd. Homoseksuele christenen zijn ook christenen. Waarin verschillen zij zich van de anderen? Overal in. Zij zijn uniek. Iedereen is uniek, zoals God ons heeft geschapen. En als er dan eentje homo is, nou en? Respecteer deze christelijke homo’s! Het zijn gewone, christelijke mensen die net als jullie gewoon op zondag naar de kerk gaan. Ze houden van God.. Ze prijzen God. En als ze niet welkom zijn in de PKN, gaan ze echt wel naar de VEZ hoor..

    Want daar zijn we tenminste wél welkom.

  12. Beste anoniem,

    jammer dat je je naam er niet bijzet.
    In reactie op jouw reactie:

    God heeft de mens geschapen naar zijn Evenbeeld, maar de mens wilde gelijk God zijn.
    Toen kwam de zondeval.

    God schept ons allemaal, dat klopt.
    Het gaat er alleen om wat je met je erfzonde (boezemzonde) doet.
    Stel dat je gevoelig bent voor stelen, en dit dus graag doet, tegelijkertijd christen bent, en naar de kerk gaat, en evangeliseert, dan kan je niet doorgaan met stelen.
    De bijbel, en dus God zegt: Gij kunt geen 2 heren dienen!

    Uiteraard respecteer ik een ieder! En probeer ik mijn naaste lief te hebben als mezelf.
    Dit is dan ook een lastig standpunt.
    Maar laten we de bijbel als leidraad in ons leven gebruiken! Daar staat in wat God van ons verlangd! Dus ook in deze kwestie!

  13. Ik doe binnenkort een betoog voor nederlands over het homohuwelijk en ben heel blij met deze site/discussie!! Om te beginnen: ik ben voor homoseksualiteit. Dit is toch hetzelfde als heteroseksualiteit?Verliefd is verliefd! Het christendom dus. Eerder is al genoemd dat god ons allemaal geschapen heeft. Dan heeft god homoseksuelen ook zo geschapen waar dus wel een reden achter zal zitten toch? Misschien is die prachtige reden dan dat elkaar lief moet hebben? Trouwens, als homoseksualiteit niet mag van god, waarom heeft hij er dan niet allang iets tegen gedaan? Nou kan er gezegd worden dat er wel iets aan gedaan word, dat gelovigen dit buitensluiten of zelfs de doodstraf er op zetten maar ik ben het er ook helemaal mee eens dat alleen god mag oordelen en veroordelen. Niet de mens. Misschien dwaal ik nu af maar er is kort geleden uitgekomen dat paters kinderen hebben verkracht. Dit mag toch ook niet? Uiteraard paters hebben dit uitgevoerd, die het goede voorbeeld moeten geven! Als dit zelfs al gebeurd, het hele geloof staat toch op zijn kop?! Als dit zelfs gebeurd, waarom het homohuwelijk niet dan?! Er worden veel regels niet nageleefd van de bijbel, de tijd is anders, wij zijn anders, onze leefwijze is anders. Is het dan niet tijd om gewoon de stap te zetten en homohuwelijk ook toe te laten?..
    Goed! spijt me zeer als hier geen touw aan vast te knopen is! Daar ben ik verbazingwekkend goed in.. Hartelijk dank! Ik heb echt veel aan deze site!!

    met vriendelijke groet.

  14. Beste GJB

    Wat ik me erg afvraag als ik je afkeur en gedrevenheid daarin lees … is toch wel de vraag
    Ben je homoseksueel ?
    of de zoveelste hetero die zich buigt over zaken
    waar hij GEEN WEET van kan hebben .
    Ik zou deze vraag graag beantwoord zien worden

    Groet
    Sammy

  15. Beste Jan Andries,

    Hartelijk dank voor je bijdrage op deze site. Ik twijfelde sterk aan het homohuwelijk. Maar nu ik de argumenten lees, kom ik tot de conclusie dat het homohuwelijk een gruwel is in Gods ogen. De argumenten die je aandraagt lijk je te schrijven vanuit de gedachte om wat scheef is recht te praten. Omdat mensen nog veel verschrikkelijkere dingen deden, mag het homohuwelijk wel? Maar ongeacht wat je nog meer doet, blijft een zonde toch niet juist?

    Veroordeel de zonde, maar heb de zondaar lief, net zoals God doet. Dát is hoe we ons als christen moeten opstellen, geloof ik. Respecteer homoseksuelen, heb hen lief, dien hen. Maar veroordeel de zonde. Word niet lauw, onder het mom van ´tegenwoordig kan dat´ of ´anders gaan ze weg uit de kerk´. En inderdaad, het is soms lastig om het onderscheid te maken tussen zonde en de zondaar.

    Veel wijsheid gewenst!

    Groeten,
    Erwin

  16. Goede post, Jan Andries. Ik wist nooit zo wat voor standpunt ik in zou nemen als iemand mij zou vragen wat ik van het homo-huwelijk denk. Nu ik dit zo allemaal lees, en vanochtend in de kerk heb meegebeden voor het recht op liefde, om er te mogen zijn voor degene die je liefhebt met alles wat je bent en hebt (dus ook je geloof als dat een onlosmakelijk deel van je is), kan ik maar één ding zeggen: vieren en ondersteunen die liefde, want ze is best zeldzaam, telkens weer uniek en makkelijk herkenbaar voor wie haar kent! Helpen opbloeien, vanuit hartelijke steun en verbindend broederschap – een andere weg om God trouw te blijven zie ik niet. Hoe kunnen we een ander mens willen onthouden wat we zelf graag (zouden) hebben?

  17. Goedkeuring voor het homohuwelijk binnen de kerk wordt, zoals ik hier zie, onderbouwd met slechts één betekenis van het woord “liefde”. Liefde tot elkaar wordt blijkbaar belangrijker geacht dan liefde tot God.

    Ik denk dat we in dezen een belangrijke vraag over het hoofd zien: Wat is Gods norm voor het huwelijk?

    Genesis 2:22-24 is daar duidelijk in: jongen verlaat het ouderlijk huis en hecht zich aan één vrouw.

    Dat het belangrijk is bewijst wel dat dit nog een aantal keer wordt aangehaald, onder andere in Mattheüs 19:5 – Marcus 10:7 – Efeze 5:31

    Dit is niet een kwestie van: hoeveel houden we van elkaar, maar van: hoeveel houden we van God… genoeg om tegen onze zonde en zondige natuur te vechten? Of willen we een beetje van God en een beetje van onszelf? Een beetje koud en een beetje heet om het zo maar even te noemen.

    Jezus zelf waarschuwt ons voor lauwheid in de gemeente in Openb.3:15-16:

    15 Ik ken uw werken, en weet dat u niet koud en niet heet bent. Was u maar koud of heet!
    16 Maar omdat u lauw bent en niet koud en ook niet heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen.

    Ik wens iedereen die hiermee te maken heeft, Gods kracht toe om ook in deze situatie voor Hem te kunnen leven.

  18. In de discussie over Gods wil en goed en kwaad is het zinnig om onderscheid te maken tussen het zijn en het doen. Blijkbaar zoals genoemd wordt is niet iedereen volmaakt geschapen en heeft, denk ik, iedereen wel onvolkomendheden in meer of mindere mate die hem of haar in zijn wezen of zijn gedrag van het rechte pad af kunnen leiden.
    Het wezen moeten we dan denk ik interpreteren als de wil, het verlangen het denken. God ziet het en zelf voel je het en als je geluk hebt begrijp je het op een gegeven moment ook.
    Nu wordt hierboven oa. aangehaald een oplossing voor begeerte voor een vrouw, nl. deze vrouw te trouwen. (Vooropgesteld dat het wederzijdse begeerte is anders vul je het ene gat met het andere)
    Dit algemeniserend zou er dus voor iedere lust wel een oplossing te vinden zijn die geen of misschien minder kwaad kan.
    Dus is het zijn, oftewel het hebben van die begeerte, op zich geen kwaad.
    Je mag dan volgens mij ook aannemen dat als iemand een gevaarlijke begeerte heeft maar deze correct uitleeft deze zonde in spé geen zonde meer is. Als een pyromaan besluit eens per jaar een gemeentelijk vuurwerk organiseert, of besluit zijn huis met een houtkachel te verwarmen verricht hij geen zonde maar een benefieke daad. (Of hij er later door beloond wordt door God is de vraag, het is maar een voorbeeld.)
    Het omgekeerde, zijn begeerte op slechte wijze uitleven, door rücksichtlos financiële, emotionele of dodelijke slachtoffers te maken verwijdert de pyromaan, denk ik, wel van het koninkrijk Gods.
    Waarom? Omdat er nieuwe slachtoffers zijn. Het kwaad kan zich niet alleen handhaven of manifesteren. Om te bestaan maakt het noodzakelijkerwijs nieuwe slachtoffers.

    En, in het huwelijk, tussen heteroseksuelen of homoseksuelen, zie ik die slachtoffers nergens….

  19. Beste heer De Boer,

    Wij (katholieken) staan er weer totaal anders in dan u. Deze link vertaald het onderwerp over homoseksualiteit waar ik 100% achter sta: http://www.allaboutgod.com/dutch/is-homosexualiteit-een-zonde.htm

    Het woord van God telt nog steeds. In welke tijd wij ook leven. Als ik zou prediken dat homoseksualiteit normaal zou zijn, dan ben ik een grote zondaar omdat ik een leugen verspreid. Ik heb mijn naasten lief, een homofiel hoort daar ook bij. Wij (mensen) zijn allemaal zondaars en als je een kind van onze Vader wilt zijn/blijven, dan moet je voor je zonden vergiffenis vragen. Je biecht je zonden op en doet je best niet meer te zondigen en probeert je medemens te helpen God lief te hebben zoals God ons lief heeft. Dit is ontzettend goed en vrolijk nieuws, dat God ons altijd vergeeft, mits je uit de grond van je hart toegeeft dat je fout hebt gezeten. De wereld van vandaag biedt ons vele slechte dingen aan zoals de vrijheid van drugs, prostitutie, immorele films, reclames (zoals Second Love), pornografie etc etc. Als kind van God vecht je tegen al deze blootstellingen (van Satan) want we zijn niet op deze wereld gekomen om te genieten, maar om gelukkig te zijn. Uiteindelijk, als iemand niet naar het woord van onze Vader wilt luisteren, kiest hij/zij voor zijn/haar eigen pad en dat leidt vaak tot iets wat ik niet graag zou willen weten…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>