Goed is goed

Tegen mijn gewoonte in dit keer een preek in lettertekens. Hij was niet opgenomen, maar er kwamen zoveel reacties op dat ik dacht: hier zullen meer mensen wat aan kunnen hebben. Goed – beter – best? In de bijbel is goed het hoogste! Lees het scheppingsverhaal uit Genesis 1 erbij, zou ik zeggen.

Gemeente van Jezus Christus,

Er is iets raars met het woordje ‘goed’. Wij kennen het in onze taal in de reeks goed – beter – best. Dan is goed dus wel mooi, maar het kan mooier, beter namelijk, en als het summum is bereikt, dan heet dat best. Maar daar is iets raars mee, en eigenlijk zouden we dat al kunnen merken aan de vorm. Het rijtje luidt namelijk niet goed – goeder – goedst. Goed is goed, en als je wilt uitdrukken dat iets daar bovenuit gaat, dan moet je je toevlucht nemen tot een ander woord: beter. Maar vanuit het woordje ‘goed’ zelf kan dat niet. Goed is goed.

Ik weet niet hoe dat bij u is, maar ik ben iemand die soms de lading die een woord heeft lichamelijk kan voelen. En dan merk ik dat er iets anders met me gebeurt als ik zeg: goed – beter – best, dan als ik zeg ‘goed is goed’. Bij ‘goed is goed’ krijg ik een gevoel van rust en vrede: Goed is goed. Klaar.

Maar dat is niet het gevoel van onze maatschappij. Wij leven in een wereld van tegen elkaar opbieden. Goed is niet goed genoeg. Als wij ergens hoog van op willen geven, dan gaan we werken met bijvoeglijke naamwoorden als ‘geweldig’, ‘geweldig goed’ – apart, want daar zit het woord geweld in, of ‘verschrikkelijk’, dat is ‘verschrikkelijk goed’ – daar krijg je als het ware de schrik van. Maar dat zijn woorden die al gangbaar waren toen ik leerde praten. Tegenwoordig wordt gesproken in termen van mega en vet.

Je ziet dat ook terug als het bijvoorbeeld over iemands inzet gaat. ‘Ik zet me niet voor 100 procent in, ik zet me in voor 150 procent’. Wat heel raar is, want 100 procent, is 100 van de 100 oftewel helemaal. Als ik me inzet voor 100 procent, dan zet ik me helemaal in. Meer kan niet eens. En als je toch zo praat, dan gebeurt er in je taal hetzelfde als wat er met geld gebeurt als een overheid de geldpers laat draaien om een begrotingstekort op te heffen. Geld wordt in zo’n geval minder waard, dat blijkt, want de prijzen gaan omhoog, en dat heet inflatie, en dat betekent letterlijk dat de prijzen worden opgeblazen, zoals je een ballon opblaast. De prijzen worden hoger, maar de waarde neemt niet toe. De waarde van het ding blijft gelijk, maar daar moet meer geld voor worden neergelegd. Het geld is minder waard geworden. Precies wat je krijgt als je zegt dat je je voor 150 procent inzet. Die 150 is minder waard dan de oorspronkelijke 100. Want als je je voor 150 procent kunt inzetten, dan kun je je ook voor 200 procent inzetten, en waarom trouwens niet voor 500?

Zo staat ergens anders in de bijbel ook ‘laat uw ja, ja zijn, en uw nee, nee’. Dat is Jezus, en het staat in de Bergrede. ‘Wat u meer zegt, komt van de duivel’, voegt hij daaraan toe. Nu hoor ik mezelf ook geregeld zeggen ‘ja, zeker’, of iets als ‘wis en waarachtig’. Maar ook hier: alles wat je meer zegt dan ‘ja’, is bedoeld om je woord kracht bij te zetten, maar de werking kan omgekeerd zijn, want hoeveel moet je op een gegeven moment nog toevoegen om je ja overtuigend te laten zijn?

In de bijbel is ‘goed’ het hoogste woord. Nou, juist aan het einde van Genesis staat het één keer wat sterker, maar dat is dan ook echt een uitzondering. ‘God keek naar alles wat Hij gemaakt had en zag dat het zeer goed was’. Dat zou ook te vertalen zijn met ‘geheel volkomen’.

Dat is een uitzondering. Goed is het hoogste woord. Het woord hoort bij God. En het is zelfs zo dat als die man naar Jezus toe komt om hem te vragen wat hij moet doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven, en hem daarbij aanspreekt als ‘goede meester’, dat Jezus hem voordat hij hem antwoord geeft, eerst terechtwijst. ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God’. Daar is trouwens de hele geschiedenis van de kerk door over nagedacht, hoe dat kan, waarom zegt Jezus dat? Zegt Jezus hier over zichzelf dat ook hij een zondig mens is, tegen alles in wat er verder over hem geschreven staat? Het gangbare commentaar is dat Jezus hiermee niks over zichzelf zegt, maar dat hij geheel en al naar God wijst, en daarom ook meteen daarna komt met de geboden, wat dan toch, als je je daaraan houdt, zou maken dat je een goed leven leidt. Maar ik vind dat niet bevredigend. Ik denk dat Jezus wel degelijk iets over zichzelf zegt. En dat hij hiermee laat zien dat hij een echt mens is. Daarmee zeg je naar mijn smaak niet meteen ook dat hij niet anders dan wij was en dat ook hij zich bij tijd en wijle liet leiden daar allerlei zelfgerichte motieven. Ik geloof dat Jezus hierin echt anders was. Maar hij was echt mens. En hij was tenslotte ook helemaal aan het begin van zijn weg op de proef gesteld door de duivel. Welnu, wil zoiets geen wassen neus zijn, wil zoiets dus echt iets voorstellen, dan moet ook Jezus aanvechting hebben gehad om op zijn voorstellen in te gaan. Jezus was alleen dan een echt mens, als ook hij de verleiding voelde om iets te doen wat niet goed was. En ik denk dat hij daarop doelde. Ook al heeft hij alle vormen van aanvechting die hij heeft gekend altijd kunnen weerstaan, hij feit dat ook hij ze voelde maakte, in mijn  visie dan, dat hij vond dat het woord ‘goed’ alleen voor God gereserveerd moest blijven.

En dan heb je dus de standaard ook wel te pakken. Als God goed is, dan is goed het hoogste. Wij denken dus in goed – beter – best. Maar bijbels gezien is dit rijtje veel meer op z’n plaats: slecht – beter – goed.

Dit is niet zomaar een detail. Ik denk dat hier veel te winnen valt op het gebied van ons welbevinden in het leven. Als we denken vanuit het eerste rijtje, dan is het namelijk nooit goed, omdat het altijd beter kan. En dat geldt dan bijvoorbeeld ook voor onze prestaties. En dan gaan we sowieso ook vergelijken. En hoeveel mensen zijn er niet die de beste willen zijn, uitblinken. In werkelijkheid is wie de beste wil zijn gedoemd om ongelukkig te zijn. En zelfs als het je lukt om op een bepaald terrein de beste te zijn, dan is het minstens nog tijdelijk. Want er zijn concurrenten, die jou naar de kroon steken! Je moet je positie dus verdedigen, en als een ander je voorbij is, dan ben je verslagen.

Daarom zou ik willen zeggen: streef niet naar het beste, maar streef naar wat goed is. En daar past nog een ander mooi woord bij: genoeg. Dat is dus ook dat je ergens genoegen mee neemt. Gek eigenlijk dat dit negatief klinkt. Terwijl het toch een genoegen zou moeten zijn, ergens genoegen mee te nemen, omdat je dan zegt: dit is goed voor mij. Het is goed. En daarbij past dan weer het woord dankbaarheid, nog zo’n belangrijke. Ik herinner me dat ik vorig jaar in een jeugddienst eens dankbaarheid en arrogantie als elkaars tegengestelde heb neergezet. Omdat wie echt dankbaar is, voor wat hij mocht ontvangen, of voor wat zij mocht bereiken, die zegt ‘dank u’, tegen God, of er zijn ook mensen die niet geloven en toch dankbaar zijn, die zijn dan misschien dankbaar dat het leven of het lot hen iets heeft gebracht – in elk geval slaat die zichzelf niet op de borst, van zie mij, wat ik ben, wat ik kan, wat ik bereikt heb. Terwijl dit toch best wel gewoon is.

In de bijbel is ‘goed’ het hoogste woord. En het is dit woord dat in het scheppingsverhaal steeds weer klinkt, elke dag klinkt het, ‘God zag dat het goed was’, en op zesde dag heet het voor één keer ‘zeer goed’.

Wat wil dit zeggen? Goed, tov in het Hebreeuws, is een woord dat in de bijbel altijd met God te maken heeft. Waarom is de schepping goed? Omdat God zijn schepping ervaart als goed. Omdat zij beantwoordt aan wat hij gedacht had. Ik besef dat dit menselijk gezegd is. De schepping is er voor hem, zodat hij haar liefhebben kan. En op het moment dat de schepping zijn liefde afweert of als ze zijn zorg en leiding niet meer verdraagt, op dat moment houdt zij op goed te zijn. En dat is dan ook het verhaal dat daarna verteld wordt. En als je dan ziet hoe de slang de mens verleidt om te eten van de boom der kennis van goed en kwaad. God had gezegd dat ze zullen sterven als ze ervan eten. De slang echter zegt, dat dan hun ogen opengaan en ze dan zullen worden als goden, en kennis hebben van goed en kwaad.

Dus eigenlijk zegt de slang dat de mens geen genoegen moet nemen met de situatie zoals die is op dat moment. Als mensen waren zij goed. Maar het moest beter. Zij reikten te hoog en vielen. De zondeval wordt dit genoemd.

God is goed. De schepping is in aanleg goed. Het project mens bevat uitdaging, want de mens heeft die zo sterke concurrentiedrift. Die wil anderen naar de kroon steken. De mens wil zelfs God naar de kroon steken. Wat kunnen we hiermee? Want wij zijn allen mensen. En misschien hebben wij nu niet de neiging God naar de kroon te steken, maar de neiging onszelf te onderscheiden hebben we allemaal. Vooral als we bedenken dat het ook via de omgekeerde weg kan. Je kunt ook proberen jezelf te onderscheiden in nederigheid, of in tevredenheid. Maar waarom willen we ons onderscheiden? Om eer te krijgen.. maar dat is ook te zeggen in termen van gezien willen worden. En dan heb je iets te pakken wat we ook echt allemaal nodig hebben. Niemand kan er tegen als niemand hem ziet. Iedereen heeft een stukje aandacht nodig. Aandacht is te vergelijken met wat daglicht is voor een plant. Een plant die geen daglicht krijgt, maar die steeds in het donker is, die gaat kwijnen en verliest zijn kracht en zijn kleur.

God is goed. Als de schepping goed genoemd wordt, dan is God zelf aan het woord, of althans de bijbelschrijver schrijft dat God ziet dat het goed is, dat is zijn oordeel. Het is goed omdat het goed is voor God. In die goedheid mogen wij leven. Akkoord, uitgaande van Jezus’ strenge taalgebruik, die het woord ‘goed niet eens op zichzelf wilde toepassen, zouden wij het woord ‘goed’ nooit voor onszelf mogen gebruiken. Maar ook dat is in feite een uitzondering, net zoals dat ‘zeer goed’ aan het einde van Genesis 1. Het punt is dat Jezus nu juist wel als mens consequent in die goedheid van God geleefd heeft. En hij is gestorven aan het kwaad van de mens.

Omdat hij goed was, mocht hij gelden als een offer, waarmee ieder die onder die goedheid wil vallen daar weer in terug kan komen!

In relatie tot God mogen wij, als wij daarvoor in aanmerking willen komen, en als wij het kwaad dat in ons is erkennen, goed zijn. Goed. Ik weet niet of u het eerder voelde, toen ik zei dat in elk geval ik soms de lading die een woord heeft lichamelijk kan voelen. Het is heerlijk om goed te mogen zijn voor God. En als wij goed zijn voor God, dan hoeven we ons niet meer zo nodig bezig te houden met al die vormen van concurrentie, waarmee we ons van elkaar onderscheiden door beter te willen zijn dan een ander, of de beste zelfs.

Ik wil nog een paar van mijn favoriete bijbelteksten noemen. Uit Micha 6 als het de mensen duidelijk is geworden hoezeer zij zich hebben misdragen en alles wel willen geven om het goed te maken, tot hun eerstgeboren kind toe. Dan zegt de profeet: ‘er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God’. En David zegt het zo in psalm 131, en dan ben je echt ver weg van mega en van goed – beter – best: ‘HEER, niet trots is mijn hart, niet hoogmoedig mijn blik, ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij. Israël, hoop op de HEER, van nu tot in eeuwigheid.’ Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *