Het verhaal van Job is een tot in het extreme doorgedreven casus, die ons iets vertelt over de verhouding van God en mens, dat we anders niet op het spoor zouden komen.
Download dit bestand (JobBeproefd.mp3)
Job 30
15 Verschrikkingen storten zich over me uit, mijn eer wordt weggevaagd als door de wind, als een wolk vervliegt mijn aanzien. 16 Nu stroomt het leven uit mij weg, ik ontsnap niet meer aan mijn ellende. 17 ’s Nachts jaagt hij helse pijnen door mijn botten, het bloed in mijn aderen komt niet tot rust. 18 Hij rukt met geweld aan mijn kleed, omklemt mij met de kraag van mijn mantel. 19 Hij heeft me neergesmeten in het slijk en ik ben als stof, als as geworden. 20 Ik roep u om hulp, maar u antwoordt niet; ik sta voor u, maar u wilt mij niet zien. 21 U bent wreed voor mij geworden, met al uw kracht hebt u zich tegen mij gekeerd. 22 U tilt me op en laat me rijden op de wind, uw woedende storm schudt mij heen en weer. 23 Ja, ik weet dat u mij naar de dood drijft, naar het huis van samenkomst voor alle levenden. 24 Maar keert men zich tegen een mens in nood, wanneer hij, de ondergang nabij, om hulp roept? 25 Heb ik niet gehuild om wie in nood verkeerde? Had ik geen medelijden met de behoeftige? 26 Ik hoopte op het goede, maar het kwade kwam, het licht verwachtte ik, maar de duisternis brak aan.
Marcus 4
35 Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’ 36 Ze stuurden de menigte weg en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op. 37 Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. 38 Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?’ 39 Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust. 40 Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’ 41 Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’