Eerste bericht uit Kingston

Hieronder het bericht dat ik na de eerste week Jamaica voor mijn gemeente heb geschreven. Ik geef diezelfde versie hier. De eerste week was een week waarin we als groep van predikanten heel veel hebben geleerd en ervaren van Jamaica, en wel bij wijze van introductie.

Lieve mensen, bij deze een eerste bericht uit Kingston. Het gaat mij goed. Ik ben aan het einde van een zeer intensieve week. Er waren nogal wat mensen die mij toen ik ging een fijne vakantie toewensten. In een aantal gevallen heb ik toen al gezegd dat het geen vakantie zou worden, maar meeleven en meewerken met Jamaicaanse collega’s. Deze eerste week was een week van oriëntatie. Dit betekent dat we elkaar hebben leren kennen als collega’s, en we hebben een boel gehoord over de kerk in Jamaica, en niet alleen over de kerk maar ook over de samenleving. Het begon met een aankomst na een reis van 25 uur. Ik vond dat heel wat, maar er waren twee collega’s die er veel langer over gedaan hebben. De collega uit Birma (Melvin) was 4 dagen onder weg, en Mesi Pati uit Samoa zelfs zes dagen. De laatste heeft eerst 3 dagen gereisd per auto en daarna nog 3 per vliegtuig. Maar ook zie je hoe oneerlijk het is. Ik had alleen voor de USA een dooreisvisum nodig, en dat had ik binnen een paar minuten te pakken. Gewoon via het internet, geholpen trouwens door Janny Balder, die hier alles vanaf weet. Maar anderen zijn weken zoet geweest met het verwerven van een visum en de collega uit Bangladesh is helemaal niet gekomen, omdat het Vereinigd Koninkrijk hem geen visum gaf. Overigens zit William uit Malawi hier naast mij, terwijl ik dit schrijf, hij begrijpt uiteraard niks van het Nederlands, maar hij zegt zojuist: ‘give them my greetings, my friend’. Bij deze. En hieraan merkt u misschien meteen iets van de sfeer. We delen een prachtige verbondenheid hier. Vanuit de verbondenheid in Christus zijn we samen en hier wordt iets waar van wat we lezen in Handelingen, namelijk de onderlinge liefde en de voortdurende lofprijzing. Op de een of andere manier zou zoiets in Nederland of in de Nederlandse taal (voor mij) minstens onwennig voelen. Hier en met deze mensen voelt het volstrekt normaal. Nee, dat is niet het woord, want ik vind het mooi en bijzonder. Er zijn talloze momenten dat ik ontroerd ben. Intussen zijn we elkaar aardig gaan kennen en we nemen elkaar af en toe ook graag in de maling. Vooral Sua kan er wat van. Sua woont en werkt in Nieuw Zeeland, maar hij werkt daar onder zijn volksgenoten, mensen van het eiland Tuvalu, die daarheen gevlucht zijn omdat door de opwarming van de aarde dit land (dat uit 5 eilanden bestaat) waarschijnlijk binnen uiterlijk 30 jaar in de zee zal zijn verdwenen. De hoogste plaats is daar 2 meter boven de zeespiegel. Er wonen 10.000 mensen en het is de kleinste onafhankelijke staat van de wereld.

We hebben presentaties gekregen van allerlei hoogwaardigheidsbekleders. De voorzitter van de Raad van Kerken van Jamaica bijvoorbeeld, heeft verteld over het voortreffelijke oecumenische klimaat hier. Wat ook bleek. We waren maandag aanwezig bij de installatie van de nieuwe presidente van de theologische faculteit van de Internationale Universiteit van West Indië. Voor het eerst was dat een vrouw. De preek tijdens de dienst werd verzorgd door de aartsbisschop van Jamaica, die een pracht van een oecumenisch verhaal hield, waarin bij bijvoorbeeld ook trof dat hij suggereerde dat Christus ook gevonden kan worden in andere wereldreligies. En hij sprak niet alleen mooie woorden, want ik hoorde dat hij ook graag brood en wijn deelt met leden van andere kerken. Ik vroeg of hij dan niet in aanvaring kwam met zijn eigen kerk? De paus heeft immers anders bepaald. Antwoord: hij is de paus van Jamaica.

Wat mij treft is de enorme betrokkenheid bij de maatschappij. Nu zijn er in Jamaica ook enorme problemen, door armoede, misdaad, geweld, AIDS, noem het allemaal maar op. Maar de kerk houdt zich met al deze dingen bezig. Het is duidelijk dat men leeft wat Jezus ons leert. Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf. Het gaat allemaal om de medemenselijkheid. Er is ook een enorm politiek bewustzijn. Jamaica is zelfstandig sinds 1962, maar heeft er nog een hele kluif aan om zijn eigen plaats op de wereldkaart in te nemen, en ook omdat zijn inwoners het bewustzijn te geven dat ze mogen hebben. Indrukwekkend was een video waarop een hele reeks kleine kinderen moest kiezen tussen twee poppen: welke vonden ze het mooist, de blanke of de zwarte. Ze kiezen bijna allemaal de blanke pop. En waarom? Omdat die mooier zou zijn. Er zijn verschillen in intensiteit van de zwarte kleur en veel mensen met een diep zwarte kleur gebruiken een creme om hun huid te bleken. Het blijkt dat hoe lichter de huid van een man, hoe meer vrouwen hij kan krijgen.

Deze video zagen we in het Liberty Museum, waarin Marcus Garvey wordt geëerd, de man die zich aan het begin van de 20e eeuw onvermoeibaar heeft ingezet voor de rechten van zwarten. In dit museum wordt ook onderwijs gegeven aan kansarme kinderen. Voor de somma van 20 Jamaicaanse dollars krijgen ze o.a. computerles. $20 is niks waard, zo’n 15 eurocent, maar dit is de munt waar de beeltenis van Marcus Garvey op staat. Misschien moet u zijn naam eens googlen. Daar is vast veel waardevolle informatie te vinden. Ook hebben we het Bob Marley museum bezocht. Dat is weer heel wat anders. En samen met Devon House, waar het lekkerste ijs van de wereld wordt verkocht, zo werd verteld (en dat klopt!!) was dat het enige bezoek dat vooral gericht was op een stuk vermaak. We zijn bijna alleen maar op allerlei plaatsen en vooral daar waar we verblijven binnen geweest. In de stad kun je in je eentje niet lopen, veel te gevaarlijk. De zee hebben we tot nu toe 5 minuten gezien. Buiten en binnen is het warm en vochten (zweten!), of het is koud (binnen) vanwege de airco, en dan kan het werkelijk koud zijn.

We zijn ook te gast geweest bij de synode van de United Church. Dat is de ontvangende kerk, een zusterkerk van onze PKN. Daar hebben we gegeten met de voorzitter en de generaal secretaris van de landelijke kerk. Geweldige sfeer met het ene lachsalvo na het andere! De opbouw van die kerk lijkt behoorlijk op die van ons. Ook de United Church in Jamaica and the Cayman Islands (UCJCI) is samengesteld uit wat eerst drie kerken waren. Ook deze kerk heeft plaatselijke gemeentes, iets wat wij een classis noemen (bovenlocale kerkvergaderingen) en een synode. Ook hier beroept een gemeente een predikant. De UCJCI telt 150.000 leden, heeft 209 gemeentes en 150 predikanten. Er zijn dus vacatures…

Zondagochtend begon het met een dienst. Dat deze twee en een half uur zou duren was van tevoren niet verteld. Maar de dienst verveelde geen moment. Opvallend was het grote aantal gemeenteleden dat een actief aandeel heeft. Verder de muzikaliteit. De herhaalde oproep ‘Praise the Lord, Church!’, waarop iedereen zegt Praise the Lord. En als dit niet hard genoeg is zegt de voorngangster: ik kan jullie niet horen, roep met meer overgave! Prachtig.

De preek heeft ook indruk op me gemaakt. En niet alleen vanwege de inhoud. Die was goed. Navertellen voert te ver, dit is toch al een veel te lang verhaal. Maar de vorm. De dominee sprak hard, ging steeds harder praten. Praten, het was meer een schreeuwen, maar wel heel positief. Het woord vervoering is op z’n plaats. En tijdens het gebed is er zacht orgelspel. Nou ja, het is een keyboard. Mooi was het dameskoor, allemaal met een hoedje op. Black gospel. Prachtig.

De al eerder genoemde installatiedienst duurde zelfs nog langer, maar was helemaal geweldig, en uiterst kleurrijk, met een rapper, een Afrikaanse dansgroep en een slotlied dat werd begeleid door een groep van 4 fantastische slagwerkers. Dat is nog eens swingend de kerk uit! Ik had al ideeën over een Santana-dienst, maar dit was inderdaad echte latin muziek en helemaal top. Je gaat zó feestelijk de kerk uit! Nu was dit ook voor Jamaicaanse begrippen een hoogtepunt, vanwege de gelegenheid, maar u snapt dat ik heb genoten!

Elke ochtend beginnen we met een morning worship. Zingen, bidden, bijbel lezen. Heel mooi. Maar u begrijpt wel dat ik aan de einde van een dag echt moe ben. Moe van vele indrukken en veel informatie. Verrijkt met vele blijken van Gods goedheid. Ik schrijf dit met tranen in mijn ogen.

Ik schreef al wat over het politieke bewustzijn. Maar mijn politieke bewustzijn neemt ook toe. Ik heb altijd het wereldnieuws wel gevolgd en ben altijd een voorstander geweest van Max Havelaarkoffie en aanverwante producten. Tegelijk was dit alles altijd een ‘ver van m’n bed show’. Maar als je dan een film ziet over Jamaica in economisch opzicht, en hoe de economie hier kapot wordt gemaakt door de globale economie. Bijvoorbeeld hebben de USA geëist dat Jamaica geen voorsprong meer mocht hebben op andere landen waar het ging om de export van bananen naar het Verenigd Koninkrijk (UK). De UK wilde namelijk toch wel iets terugdoen nadat het zich een paar eeuwen had verrijkt ten koste van dit land. Maar dit mocht niet van de USA: ze moesten meedingen net als iedereen: vrije markteconomie. Waarom maakte de USA zich hier druk om, het land produceert zelf geeneens bananen? Nee, maar Chiquita is wel een Amerikaanse multinational, die in Latijns Amerika goedkoop produceert.. Hoe dan ook, jammer dan voor Jamaica. Het eind van het liedje is dat veel producten die hier gemaakt worden ook hier goedkoper zijn als ze van elders worden ge mporteerd. In 1992 moest bijna de complete Jamaicaanse melkproductie worden vernietigd omdat er goedkope melkpoeder was vanuit het buitenland. De koeien werd geslacht en verdwenen in hamburgers. Waarom zijn Jamaicaanse producten duurder? Omdat bijvoorbeeld moderne landbouw apparatuur ontbreekt.

Morgen, dat wil zeggen op zaterdag 11/9 worden we uitgeplaatst. De groep gaat dan uit elkaar. Ik ga eerst 2 weken meewerken in een gemeente in Kingston, en dan 2 weken in een gemeente op wat wij ‘het platteland’ noemen, behalve dat het land hier niet plat is. Ik zal meedoen in alle aspecten van het domineeswerk, onder de supervisie van de predikant van die gemeente. En terwijl we deze week verbleven in een hotel dat eigendom is van de kerk, zal ik dan te gast zijn bij gemeenteleden thuis.

Nog een woord over het eten. Drie maal per dag traditioneel Jamaicaans gegeten. Eenvoudig maar lekker. Kruidig en voedzaam. Tot zover mijn eerste bericht. Een hartelijke groet van uw Jan Andries de Boer

2 gedachten over “Eerste bericht uit Kingston”

  1. Beste Jan Andries,
    Ik vind het zeer indrukwekkend om jouw verslag te lezen. Ik ben zo vrij geweest een link naar jouw verslag te plaatsen op de LinkedIn groep Predikanten & Pastores. Als je dat niet wilt, verwijder ik ‘m. Maar ik geloof en denk dat dit een belangrijke blik werpt op kerk buiten onze Nederlandse situatie voor de collega’s. Ik wens je alle goeds, veel plezier en Gods zegen,
    Fred

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *