Tweede bericht uit Kingston

De tweede en derde week van het verblijf in Jamaica vinden ook in Kingston plaats, maar nu in het verband van een gemeente daar. Over het algemeen één predikant per gemeente. Zelf werd ik samen met Melvin uit Birma aan één en dezelfde gemeente verbonden. Hier het verhaal dat ik voor mijn eigen gemeente schreef.

Beste mensen,
 
Nu ik dit schrijf is het vrijdag 17 september, en ik ben weer een hoop indrukken rijker. Dit was de eerste van twee weken dat ik meeloop met mijn collega Rev. Astor Carlyle van Webster Memorial Church in Kingston. Althans, het was voor een deel meelopen, maar we hebben ook het nodige te zien gekregen. ‘We’, dat wil zeggen mijn collega Rev. Melvin en ik. Ook Melvin is deze weken in Webster. Laat ik u eerst wat meer vertellen over Melvin. Melvin komt uit Birma, of, zoals zijn land tegenwoordig genoemd wordt: Myanmar. Melvin heeft geen achternaam en is predikant van een kleine gemeente van 60 personen. Myanmar is een boeddhistische dictatuur en christenen hebben weinig bewegingsruimte. Het is al heel wat dat ze in een kerk mogen samenkomen. Melvin verdient de equivalent van 50 US$ per maand, wat betekent dat hij zich dingen als een auto, een telefoon en een computer niet kan permitteren. In feite kan hij nauwelijks zijn gezin onderhouden. Hij heeft Engels geleerd door tv te kijken en dit is de eerste keer dat hij in het buitenland is. Nu houdt hij email-contact met een familielid, die een half uur lopen van zijn huis woont. Dus als zijn vrouw wil weten hoe het met hem is, moet ze een wandeling maken.
 
In die zin is het leven in Jamaica dan weer heel anders. Er is grote armoede, maar er is ook rijkdom. En ook de kerk heeft een aantal rijke leden. Gisteravond mocht ik een feestelijke avond meemaken die de ‘Men’s Fellowship’, zeg maar de mannenvereniging, had georganiseerd voor de andere predikant van de gemeente, Rev. Rohan Forrester, die later deze maand vertrekt naar een gemeente op het eiland Grand Cayman. De avond vond plaats bij een welgesteld gemeentelid, en dan is alles werkelijk piekfijn in orde, met bediening en al. Ik vroeg mijn collega naar dit verschil in welstand. Zijn antwoord was dat in de kerk iedereen elkaar bij de voornaam aanspreekt, er is geen standsverschil in die zin, en de rijken dragen ook rijkelijk bij en dat doen ze vanwege een oprechte liefde voor de Heer.
 
De kerk heeft veel activiteiten in en voor de samenleving, zoals elke dinsdag voor de armen een soepkeuken en op donderdag kunnen ze een warme maaltijd komen halen. Ik was erbij toen ze de maaltijd begonnen, juist toen ze met z’n allen het Onze Vader baden. Dit gebed bleken ze allemaal te kennen. Ik vroeg daarnaar. Niet dat dit de voorwaarde was om eten te krijgen, maar dit was hen wel geleerd. Ook heeft de kerk een eigen voorziening voor oude mensen. Ook dit vond ik erg indrukwekkend. Ik kan me nu ook een beetje voorstellen hoe een armenhuis in Nederland er in oude tijden uitgezien moet hebben. De mensen betalen zelf voor hun kamer, hun voedsel en voor het doen van de was. Als ze de kamer delen, delen ze ook de bijdrage. En dus zijn er diverse kamers met 3 of 4 personen; er staan nauwelijks of geen spullen van hen zelf. Maar de sfeer is goed en de mensen die er werken doen dit met liefde.
 
Ook gisteren meegemaakt: een bijeenkomst van kerkleiders. Predikanten etc van veel zeer verschillende kerken die zich samen sterk willen maken voor een beter Jamaica. Wat indruk op mij maakte was het moment van stil gebed. Terwijl wij in zo’n geval een minuut stil zijn, waarbij iedereen persoonlijk bidt, duurde het hier 10 minuten, en bijna iedereen maakte wel wat geluid. Het was dus een heel gemurmel. Bovendien waren er sommigen die dit zeer gepassioneerd deden met veel stemgeluid en soms nog met stampen ook. Als je als tourist ergens komt maak je dit soort dingen niet mee.
 
Jamaica is een land van tegenstellingen. Dit is het land met de meeste kerken per vierkante kilometer ter wereld, en ook langs de weg zie je vaak borden met bijbelteksten, en auto’s dragen stickers als ‘Real men love Jesus’. Tegelijk is dit een land met zeer veel misdaad en geweld. Gisteren moest mijn collega een vriend ondersteunen. Die ochtend was hij in zijn huis overvallen door rovers, die ook nog zijn huis in brand hadden gestoken. De dag tevoren was een van zijn taken (en Melvin en ik gingen mee) een gemeentelid te begeleiden naar het politieburo, waar zij aangifte deed van een geweldsdaad van een man die met z’n halve lichaam haar open raam was binnengekomen en haar had willen bestelen.  Ze vertelde dat ze eerder al eens op straat haar ketting had moeten afgeven terwijl de dief met een mes in haar zij prikte. Doordat ze met twee kleine kinderen liep had ze niet weg kunnen rennen.
 
Mijn gastvrouw is kinderarts. Zij werkt in een ziekenhuis in Spanish Town. Wie voor een spoedgeval wordt binnen gebracht, kan daar tot 3 dagen zittend op zijn beurt moeten wachten, ongeacht de ernst van de situatie. De zalen zijn overvol. Daarnaast zijn er priveklinieken. En zij werkt fulltime in het staatsziekenhuis en werkt daarnaast in de privekliniek om ook nog wat te verdienen, want een arts verdient in een ziekenhuis van de staat niet veel. Ik zou niet willen zeggen dat het leven in Jamaica relaxed is. De mensen verliezen bovendien veel tijd in het drukke verkeer, ook doordat de kinderen van alle leeftijden van en naar school gebracht worden.
 
Wat ineens verbazend veel leek op hoe wij dat hier doen was de ‘disctrict-meeting’. Wij noemen dat groothuisbezoek. De gemeenteleden die in elkaars buurt wonen zoeken elkaar maandelijks op en dan is er een stukje bijbelstudie, er is meeleven met elkaar en gebed, en er is gezelligheid met lekkere hapjes. Voor de gelegenheid hadden ze mij gevraagd de bijbelstudie te doen. Ik koos ervoor te lezen uit Matteus 5:13-16 over Jezus’ volgelingen als het zout der aarde en het licht der wereld. Ik koos hiervoor omdat ik sterk het gevoel heb dat de mensen hier voortdurend expliciet te verbinding zoeken met God. En hierdoor drong een nieuw beeld zich aan mij op bij ‘licht van de wereld’. Als wij licht van of in de wereld zijn, hoe is dat? Misschien moeten we vergeleken worden met lampjes. Om licht te geven moet een lamp aangesloten worden op het lichtnet. En zo gezien is het bepaald niet overdreven om bij voortduring gebedsmomenten te hebben. We zorgen toch ook dat onze mobieltjes altijd voldoende stroom hebben? Sinds ik hier ben is het beeld van christenen als licht van de wereld erg sterk, en als ik voor mezelf bid, dan bid ik dat Gods kracht in mij komt zodat ik zijn licht kan laten schijnen. Dit vertelde ik hen en vervolgens liet ik een stukje horen van ‘Stand Up Comedy’ van U2. Net als Jezus zegt dat licht niet bedoeld is om onder de korenmaat te staan, is in dat lied te boodschap dat wie gelooft onder z’n bed vandaan moet komen om de liefde te verspreiden. Omdat ik dacht dat ze het misschien niet mooi zouden vinden beperkte ik me tot een fragment, maar zevonden het prachtig en toen heb ik de hele song laten horen, met ook nu de tekst zin voor zin. Dit leverde ook nog een interessant gesprek op over schepping en evolutie vanwege de zinsnede ‘ God is love, love is evolution’s very best day’, waarin de tegenstelling tussen deze beide wordt opgeheven en de boodschap is dat het Gods liefde is die de mensheid vooruit helpt (evolutie)’. Dat Genesis 1 en Genesis 2 twee verschillende scheppingsverhalen zijn en dus niet allebei echt gebeurd kunnen zijn en dus anders gelezen moeten worden, was hen niet bekend. Maar ze waren er wel open voor. Het was een mooie avond.

Dit lijkt mij voorlopig wel weer even genoeg. Ik wil u hartelijk groeten en vooral degenen onder u die kampen met moeite. Be blessed!
Jan Andries de Boer

Een gedachte over “Tweede bericht uit Kingston”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *